’s Ochtendsvroeg om 7 uur toetert onze privé-taxi vrolijk. Wat een verwennerij, een busje helemaal voor ons alleen. We rijden vier uur (uiteraard over een hobbeldebobbelweg) en ruilen daarna onze luxe in voor een echt back-to-basics-avontuur op Bigi Pan (groot meer).
We laden onze boot vol met hangmatten, klamboes en wat drankjes. Het is eb en na een paar minuten varen komen we bij een soort dammetje dat bijna helemaal droog staat. Met heel veel vrouwkracht trekken en duwen we onze zware boot eroverheen.



Vervolgens varen we verder door het moeras dat ons verder leidt naar Bigi Pan. Onderweg spotten we allerlei prachtige vogels en in het struikgewas zit ook een babykaaiman verstopt. Later zien we ook de papa en mama van de familie kaaiman nog.

Eerst zijn alle bomen en planten nog gekleurd in allerlei soorten groen, maar later zien we enkel nog dorre boomstammen uit het water steken, wat overigens niet minder bijzonder is om te zien. De bomen groeien niet meer doordat het zoute water het zoete brak, en dus bijna onvruchtbaar, heeft gemaakt.

Na ruim een uur varen duikt opeens een wijds meer voor ons op. In het midden zien we ons toevluchtsoord voor de komende 24 uur: een soort houten huisje, gebouwd op palen midden in het enorme meer…

Ik heb het idee in een aflevering van Expeditie Robinson te zijn beland. Dat gevoel zal de volgende komende uren ook niet meer verdwijnen.We verkennen ons kamp, dat uit niet meer bestaat dan een paar houten planken. Maar we hebben wel een prachtige w.c.! haha, gewoon een bril met een groot gat eronder…! We hangen onze hangmatten op en na een vluchtige blik komen we tot de conclusie dat ze allemaal wel erg roze zijn. Vandaar dat we ons Kamp Zuid voortaan liefkozend ‘Kamp Barbie’ noemen.


Maar er moet ook worden gewerkt, want er moet ’s avonds natuurlijk wel ‘brood’ op de plank. Vis in dit geval. We stappen in onze boot en varen richting het moeras. Voor ons vaart nog een ander groep meiden: Kamp Noord. De ‘proef’ kan beginnen. Welke groep is het sterkst, oftewel: wie vangt de meeste vissen? De winnaar krijgt het amulet, in ons geval staat dit niet voor immuniteit maar voor een lampje. Het verliezende kamp zal het die avond zonder licht moeten doen.

In de brandende zon varen we door het naar rotte eieren stinkende moeras (zwavel, door rottingsproces van de bladeren). We bereiden ons mentaal voor door te genieten van het mooie weer en de prachtige omgeving. Dan is het tijd om onze netten uit te gooien. We varen een klein stukje verder en springen uit de boot. We zakken tot onze knieën in de modder en glijden meerdere malen onderuit. Strijdlustig als we zijn, slaan we als een stel bezetenen met stokken op het water. We willen die lamp!!! En natuurlijk ook wat te eten…! Door op het water te slaan worden de vissen in de netten gejaagd.


Kamp Noord kijkt ons aan alsof we een stel gekken zijn. Je ziet ze denken: “Helemaal gestoord!” Deze poppetjes blijven dan ook met fronsende gezichten (maar niet teveel anders krijgen ze rimpels) in hun veilig droge bootje zitten.



Wij gaan vrolijk door, hebben de smaak van het leven als ‘jager’ te pakken. We halen steeds meer vissen uit onze netten en gooien ze in de boot. We weten op dat moment zeker dat we geen honger hoeven te lijden die avond. Dat kan de andere groep niet denken… De eindstand: 0 vissen voor Kamp Noord en 78 voor Kamp Zuid. De vangst bestaat vooral uit tilapia, maar we hebben ook wat trapoen en een paar snoekjes. We bieden de poppetjes nog wat vis aan, ze mogen zelfs onze lamp hebben. Maar daar voelen ze zich te goed voor. Liever geen eten en om 7 uur naar bed (want dan is het donker).


De schemer valt in en dus is het tijd om terug te keren naar het Kamp. Onderweg verzamelen we nog wat brandhout, zodat we straks een vuur kunnen maken om te koken en ons bij op te warmen. Ook spotten we de zeldzame en knalrode ibis!

Voldaan arriveren we bij ons Kamp. De volgende klus staat ons te wachten (nouja, dit is maar voor een paar van ons weggelegd): het ontleden van de vis. Vervolgens bakken we de vis en maken frietjes van bananen (echt heerlijk: banaan in stukjes, even frituren en een snufje zout erbij). Er is genoeg voor een heel weeshuis. De volgende dag zal gids Stefanie ons ook nog uitleggen hoe we overheerlijke visballetjes en tahoe van onze vangst kunnen maken.


Ondertussen is het pikkedonker, alhoewel wij het lampje hebben (dat amper de helft van het Kamp belicht). Het waait ontzettend hard en aangezien er nergens een beschutte plek te vinden is, zijn kaarsen niet heel handig. Arm Kamp Noord. En wat een bloedvete was dat vanmiddag!
We warmen ons op met borgoe (rum) cola en spelen een spelletje waarmee we wel in beweging moeten blijven. Dan is het bedtijd. Nadat we onze tanden hebben gepoetst en onze blazen hebben geleegd boven het w.c.-gat, kruipen we in onze hangmatjes. Ik hang aan de buitenkant en vang de meeste wind. Een pyjamabroek, hemdje, shirt, twee vesten, capuchon, sjaal en sokken helpen niet tegen de wind en dus ook niet echt tegen de kou. Ieder uur ben ik wel een keer wakker. Maar telkens kijk ik door mijn klamboe en zie een prachtige sterrenhemel, hoor de golven die tegen de palen klotsen en dommel ik weer weg. Rond een uur of half 7 zie ik een prachtige zonsopkomst en kan niet meer doen dan genieten.


Ook vandaag moet er weer gewerkt worden voor het eten. We hangen de afgehakte vissenkoppen van de vorige dag aan een touwtje en wachten tot we een krab vangen. Al snel zit onze ton overvol.




Via onze gids horen we dat Kamp Noord helemaal nergens trek in heeft. Ze hoeven zelfs geen rijst. Ook geen wonder dat ze de vandaag al om 11 uur weer vertrekken. Wij houden het nog wel een paar uurtjes vol en gids Stefanie maakt van onze krabbenvangst weer een heerlijke maaltijd: Krab in kerriesaus. Jammie! Daar kan een vijfsterrenrestaurant niet tegenop.


We zonnen nog even, maar dan is het echt tijd om dit Robinson-avontuur weer dag te zeggen. We pakken onze spullen en gaan terug naar de bewoonde wereld. Ook op de terugweg zien we weer prachtige vogels, zoals een stel uilen. En net als op de heenweg moeten we ook nu onze zwaarbeladen boot weer over de dam sjouwen. Dat gaat dit keer beter omdat het nu vloed is. Om 16.00 uur staat onze taxichauffeur te wachten en rijden we weer terug naar de bewoonde wereld. Terug richting Paramaribo, terug naar de luxe consumptiemaatschappij… Maar wel een prachtige ervaring rijker!