“Mevrouw Vreedzaam? Die woont niet in Matta hoor”, zegt een Indiaanse mevrouw vol overtuiging. Het is zaterdagmiddag en we staan te wachten op de bus richting Matta, een inheems arowak-indianendorpje midden in de jungle. We ruiken het avontuur en eigenwijs als we zijn besluiten we toch de bus te pakken. Voor de zekerheid bellen we nog wel even de man van het tourbureau of we wel echt bij mevrouw Vreedzaam uit Matta kunnen blijven slapen. “Ja hoor, alles is geregeld.” (“jullie wilden toch een avontuurlijke trip, met veel cultuur en weinig toeristisch? Nou dat kan je krijgen”, zal deze man waarschijnlijk gedacht hebben…)
Na twee uur rijden in een propvolle bus roept de chauffeur: “Hier moeten jullie uitstappen.” Met vertrouwen in de goedheid van onze Surinaamse medemens pakken wij onze tassen en verlaten de bus. Een paar meter verderop staat het hutje van mevrouw Vreedzaam die ons de komende dagen onderdak zou bieden. Althans, zo denken wij… Aangekomen bij het hutje komt een vrouw naar ons toe. Wij stellen ons netjes voor en roepen uitgelaten: “Dus u bent mevrouw Vreedzaam!?!” Waarop de vrouw antwoord: “Mevrouw Vreedzaam? Die ken ik niet hoor! Ik ben mevrouw Bleau, dit is mijn man Edmund, mijn vriendin Agnes en mijn vader Opa Sjaak. Ik kom oorspronkelijk uit Matta, maar ik woon nu in de stad. Dit is een vakantieverblijf van ons.”
Om een lang verhaal kort te maken: er is niks geregeld voor ons en ook het dorpshoofd weet van niks. Wat nu? Het is al half zes, wat betekent dat het bijna donker wordt. Er rijden geen bussen meer terug naar de stad en het begint gigantisch te onweren… En met het gevaar dat er straks een Indiaan met pijl en boog achter me aan rent, raak ik toch lichtelijk in paniek.
Gelukkig is de familie Bleau (allen gepensioneerd) ontzettend gastvrij. “Wij kennen geen mevrouw Vreedzaam, maar we zijn hier allemaal wel ontzettend vreedzaam. Jullie mogen hier je hangmat ophangen, gebruik maken van ons douchehokje en we hebben ook zat eten bij ons. Doe alsof je thuis bent!” Ik heb al snel het gevoel bij opa&oma Suriname te zijn op de camping in Matta (ipv bij opa&oma Duitsland op de camping in Renesse).
“Jullie hoeven ook niet bang te zijn voor indianen die met pijl en boog op je afkomen, want die zijn hier niet meer”, verzekeren zij ons. Zo blijkt ook de volgende dag als we het dorpje verkennen. Allemaal kleine, houten hutjes op open zandplekken in het bos en stuk voor stuk supergastvrije mensen.
Opa Sjaak (92) vertelt ons over kruidengeneeskunde, een specialiteit die hij heeft verworven tijdens zijn levensdagen in Matta. Nadat de vrouwen van de familie Bleau zich hebben opgetut, zorgen zij voor een heerlijk ontbijtje. Met gebakken ei en al. Met de gepensioneerde Edmund praten we ondertussen over Suriname, de indianencultuur en nog veel meer. Vervolgens nodigen zij ons uit om te komen zwemmen in een kreekje achter hun vakantieoptrekje.
Maar dan is er nog een probleem: in tegenstelling tot wat ons is verteld, rijden er geen bussen terug naar Paramaribo. Hoe komen we dan terug?!? Gelukkig is de Kapitein (opperhoofd) van het dorp zo vriendelijk om ons met één van de weinige rijdende auto’s in het dorp naar Zanderij te brengen. Van daaruit vertrekken er wel weer bussen richting de stad.
Een spannende ervaring, maar ook echt weer geweldig! Zulke gastvrijheid kom je in Nederland niet snel meer tegen!



































































